16°C

3D-printer: wat kun je daar nou eigenlijk mee?

Radar

Wat kun je nu écht met een 3D-printer? Met die vraag stapte ik binnen bij Laurens Zonneveldt. Samen met Remon en Britt startte hij op 5 maart 2026 de cursus 3D-printen in het Creatief Centrum Heeze-Leende (CCHL). Want eerlijk is eerlijk: voor veel mensen klinkt 3D-printen vooral technisch en ingewikkeld. Ook voor mij bleef het lang een wat abstract verhaal.

Totdat er ineens een nieuw dekseltje voor het Douwe Egberts-koffiezetapparaat van het Creatief Centrum werd geprint. Dat maakte het meteen concreet. Iets kapot? Dan print je gewoon een nieuw onderdeel. Hoe duurzaam én praktisch is dat voor onze samenleving?

Laurens was inmiddels zo’n dertien jaar bezig met 3D-printen. Na een carrière waarin hij vooral met zijn hoofd werkte, wilde hij meer met zijn handen doen. Hij is een ervaren maker met veel kennis en een aanstekelijk enthousiasme.

Alles wat uit een 3D-printer komt, begint met filament: een kunststof draad op een spoel. Dat filament wordt verhit in de printer en via het spuitmondje (nozzle) laagje voor laagje op een verwarmde printplaat aangebracht, totdat de gewenste vorm ontstaat. Er bestaan verschillende soorten filament. PLA wordt het meest gebruikt en is geheel plantaardig, gemaakt van melkzuur uit mais. Daarnaast zijn er sterkere en beter hittebestendige varianten gemaakt van olie, zoals flexibel materiaal (TPU) voor bijvoorbeeld veren, en zelfs filament met hout- of metaaldeeltjes. In dat laatste geval wordt de kunststof na het printen in een oven weggebrand, zodat een metalen object overblijft.

Het ontwerp voor het dekseltje voor het koffiezetapparaat vond Laurens online via een platform waar ontwerpers hun bestanden delen. Zo’n STL-bestand laad je in speciale software, waarna je het naar de printer stuurt. Zelf ontwerpen kan ook, maar dat vraagt nauwkeurig meten (lang leve de schuifmaat), ruimtelijk inzicht en enig rekenwerk. En, aldus Laurens, het is vaak van belang vooraf te bedenken hoeveel kracht of beweging een object moet kunnen hebben.

Tijdens het printen is de juiste temperatuur essentieel. Het materiaal moet goed hechten, maar niet te snel stollen. Soms zijn tijdelijke ondersteuningen nodig om een vorm overeind te houden, bijvoorbeeld een ‘boom’ die een ontwerp ondersteunt tijdens het printen. En gaat het wel eens mis? Zeker. Als de nozzle verstopt raakt, verandert je ontwerp in een wirwar van gesmolten slierten – in de wereld van de 3D-printer bekend als ‘spaghetti’. Dat is geen pretje en een hoop schoonmaakwerk.

In het CCHL zijn inmiddels allerlei praktische toepassingen geprint: mallen voor Sashiko-borduren, hulpmiddelen bij het haken en breien, en andere creatieve oplossingen. Maar 3D-printen reikt verder dan hobby en handwerk. Tijdens de coronapandemie leverde stichting Makers4All, waarbij Laurens is aangesloten, beschermingsmiddelen aan zorginstellingen. Ook in Oekraïne worden veel 3D-printers ingezet voor onderdelen en protheses.

En dan de duurzaamheid. Het grote voordeel is dat je geen compleet nieuw product hoeft te kopen als een klein onderdeel stuk gaat. Veel filament is plantaardig en ander restmateriaal (zoals PET) kan worden gerecycled. Zelfs het overtollige gesmolten draad bij kleurwissels – in printertaal ‘poep’ – kan worden ingezameld om opnieuw tot filament te worden verwerkt.

Vaas3D-printen blijkt dus minder ingewikkeld dan gedacht en verrassend veelzijdig. Van een simpel dekseltje tot serieuze toepassingen in zorg en techniek. Mijn nieuwsgierigheid is in ieder geval gewekt. Die cursus? Die ga ik zeker een keer volgen!

Gratis advertenties